De grootste stimulans tot de hernieuwde ontwikkeling van de Amsterdamse Mirakelverering kwam tot stand nadat een zekere Joseph Lousbergh een geschrift ontdekte waarop de route van de middeleeuwse Mirakelprocessies stond beschreven. Samen met zijn vriend Carel Elsenburg besloot hij in 1881 die route weer devotioneel na te lopen. Het idee sloeg aan en binnen enkele jaren groeide dit privé iniatief uit tot een snel groeiende beweging. De initiatiefnemers besloten zich te organiseren in het 'Gezelschap van de Stille Omgang'. Spoedig kwamen ook steeds meer katholieken van buiten Amsterdam om deel te nemen aan de jaarlijkse Stille Omgang. Aan het begin van de 20e eeuw waren er al tientallen zustergezelschappen in alle grote plaatsen van Nederland opgericht en kwamen er duizenden bedevaartgangers.

 

Het begin van het Mirakelfeest is elk jaar op de woensdag na 12 maart (tenzij Pasen vroeg in het jaar valt). Van woensdag tot en met zaterdag worden er dagelijks devotiemissen in de kapel op het Begijnhof opgedragen. Maar de grote jaarlijkse manifestatie is nog steeds de Stille Omgang die wordt gehouden tijdens de nacht van zaterdag op zondag. Met vele bussen komen dan bedevaartgangers uit geheel Nederland naar het centrum van Amsterdam. Na in één van de Amsterdamse parochiekerken een mis te hebben bijgewoond, nemen zij vervolgens verspreid over de nacht deel aan de omgang en lopen de omgangsroute. Kenmerkend voor de omgang of 'processie' is dat deze stilzwijgend wordt volbracht: zonder luid gebed of gezang en zonder kerkelijke kledij of andere religieuze attributen. De omgang duurt ongeveer een uur en vindt ergens tussen middernacht en vier uur in de zondagochtend plaats.